Terwijl hij om zich heen kijkt, neemt hij de omgeving in zich op. Ondertussen vertelt hij kort over de geschiedenis van de plek waar we zijn. Het opent het gesprek op een manier die meteen verraadt hoe hij in elkaar steekt: kijken waar je bent, begrijpen waar je staat en daarna gericht in beweging komen.
Zo kijkt Erik van Lingen, bestuurder bij PCBO Amersfoort en lid van de regiegroep van de Onderwijsregio Midden-Nederland, ook naar het onderwijs en naar samenwerking in de regio. Met oog voor de context. Hij kijkt zelden alleen naar de situatie in één school, maar altijd naar het grotere geheel eromheen.
Schoolbesturen en lerarenopleidingen werkten in de regio al langer samen, bijvoorbeeld rond het samen opleiden van nieuwe leraren. Met de komst van de onderwijsregio kwam er meer structuur en werden meer partners betrokken. Zoals hij het zelf zegt: “De samenwerking was er al, maar met de onderwijsregio kreeg het meer samenhang.”
Over je eigen erf heen
Regionaal samenwerken voelt voor Erik vanzelfsprekend. Sommige vraagstukken laten zich niet binnen één organisatie oplossen: de arbeidsmarkt, het opleiden van nieuwe leraren, de begeleiding van starters, het blijven ontwikkelen van teams.
“Je kunt veel zelf organiseren, maar als het te groot is, moet je over je eigen erf heen.”
Wie alleen op het eigen erf blijft, loopt vroeg of laat vast. Samenwerking maakt juist verschil, doordat je samen dingen kunt organiseren die je alleen niet voor elkaar krijgt.
Wat kan er beter?
Over zijn eigen drijfveren is hij direct én zelfrelativerend. “Ik heb altijd de neiging om te denken dat het beter kan en neem niet zo snel genoegen met de status quo. Misschien kan het maar een klein beetje beter, maar misschien ook wel een grotere stap. Stil blijven staan vind ik lastig.” En dan, met een lach: “Naarmate ik ouder word, wordt het meer ongeduld dan geduld. De ‘rage of age’.”
Kwaliteit is daarbij steeds het uitgangspunt. Goed onderwijs begint bij de basis, bij goed leren lezen en schrijven, maar gaat net zo goed over pedagogiek, veiligheid en de relatie tussen leraar en leerling. Elke dag opnieuw moet een professional de brug slaan naar een groep kinderen. Dat vraagt vakmanschap, en dat vakmanschap wil je blijven ontwikkelen. Samenwerking helpt om die kwaliteit vast te houden en te verbeteren, omdat je elkaar scherp houdt en verder komt dan wanneer je alles binnen je eigen organisatie probeert op te lossen.
Manier van organiseren
De onderwijsregio ziet hij daarom vooral als een kans om bestaande samenwerking steviger te maken, zonder dat het meteen een zware organisatie wordt. Je kunt alles dicht regelen, maar dan ben je vooral bezig met structuur. Hij gelooft meer in ruimte laten en kijken wat er ontstaat. “Ik geloof meer in wat ik zelf wel eens ‘fuzzy organiseren’ noem. Je moet weten waar je naartoe wilt, mensen verbinden, ruimte geven en dan laten ontstaan wat werkt en afscheid nemen van wat niet werkt.”
De bedoeling is het kompas, de structuur een middel. Niet andersom. In een regio met veel besturen betekent dat ook dat niet alles tegelijk hoeft. Soms werkt het beter als een paar partijen samen iets oppakken.
“Een coalition of the working, in plaats van the willing. Welke samenwerking werkt echt? Daar wil je op bouwen.”
Beschouwen en bewegen
Wat zijn rol in de regiegroep is? “Dat moet je eigenlijk aan de anderen vragen,” zegt hij. Maar als hij er toch op doorgaat, beschrijft hij zichzelf als iemand die een stap terug doet en kijkt of het nog klopt. Zijn we nog bezig met de bedoeling waarmee we begonnen, of vooral met de structuur die we eromheen hebben gebouwd? Vragen die hij niet stelt om de rem erop te zetten, maar om koers te houden.
“Als je alleen maar analyseert gebeurt er niks, maar als je alleen maar doet zonder te begrijpen wat er speelt, schiet je er ook niets mee op. Eerst kijken waar je bent, en dan besluiten wat de volgende stap is.”
We weten dat het beter kan
Dat wordt het scherpst zichtbaar als het gaat over de begeleiding van nieuwe leraren.
“Er zijn nog steeds scholen waar een starter na de pabo voor de klas staat zonder goede begeleiding. Waarom blijven we vasthouden aan hoe we het altijd deden, terwijl we weten dat het beter kan?”
De context is veranderd. De arbeidsmarkt staat onder druk, en scholen kunnen het zich niet veroorloven om startende leraren te laten struikelen. De omgeving vraagt om een andere aanpak, maar de cultuur beweegt langzaam mee. Dat heeft ook te maken met een diepgewortelde neiging in het onderwijs: iedereen hetzelfde geven voelt eerlijk. Maar het helpt niet altijd om kwaliteit te verbeteren. Soms moet je verschil durven maken.
Ruimte om te proberen
Daar ziet hij ook een rol voor de onderwijsregio. Door ruimte te maken voor experimenten, proeftuinen en nieuwe manieren van organiseren. “Je hoeft niet alles vooraf uit te tekenen. Soms moet je gewoon beginnen op een paar plekken. Dan zie je wat werkt en wat niet, en kun je daarvan leren.” Dat kan gaan over begeleiding van starters, over samenwerking tussen besturen of over andere manieren van organiseren.
“We moeten ook nadenken over hoe we scholen organiseren. Met verschillende rollen, met teams die samen verantwoordelijk zijn. Dat gaat nodig zijn, zeker met de arbeidsmarkt die onder druk staat.”
Worden we hier beter van?
Aan het einde van het gesprek kijkt hij opnieuw om zich heen, met dezelfde blik als aan het begin. Alsof hij zich weer even oriënteert op waar we vandaan kwamen en of we de bedoeling van het gesprek hebben waargemaakt.
“Je kunt heel veel organiseren, maar uiteindelijk moet het beter worden voor de leerlingen en voor de professionals. Dus wil je blijven kijken waarom je het doet. Verbinden, ruimte geven, dingen uitproberen, en steeds weer dezelfde kernvraag stellen: worden we hier beter van?”
