Midden in een gedachte die zich al pratend vormt, vertelt Anke Smits over haar werk als programmaleider en kwartiermaker van Onderwijsregio Midden-Nederland. Ze denkt hardop, onderzoekt haar woorden en maakt ruimte voor wat nog geen vorm heeft, maar wel kan ontstaan.
De opdracht is groot en de context beladen: het laten samenwerken van 77 besturen, 3 onderwijsinstellingen (Hogeschool Utrecht, Marnix Academie en Universiteit Utrecht) en Transvita; elk met hun eigen systemen, werkwijzen en geschiedenis. Anke verwoordt het helder: “In zo’n krachtenveld kun je alleen vooruit als je met scherpte onderzoekt waar iedereen vandaan komt. Je moet eerst zakken in het bestaande beeld voordat je samen een nieuw beeld kunt maken.”
De diepte in
In de gesprekken die ze met bestuurders en directeuren voert, schakelt ze op een dieperliggend niveau: waar loop je vast, waar schuurt het, waar is ruimte nodig? Ze benoemt de energie die in en tussen organisaties speelt, en wat er nodig is om een volgende stap te zetten.
Zodra mensen hun perspectieven delen, ontdekken ze waar de verschillen zitten en waar samenwerking mogelijk wordt. Sommige initiatieven landen meteen, anderen pas later. “Niet alles moet op het moment dat het kan,” zegt ze. “Het moet op het moment dat het klopt.” Het zijn precies dit soort bewegingen waardoor de regio verschuift van losse belangen naar gedeelde betrokkenheid.
Samenwerken is als samen leren fietsen
Wanneer het over betrokkenheid gaat, gebruikt Anke graag de fietsmetafoor. Heb je het stuur in handen, dan ben je onderdeel van het bepalen van de richting. Op het zadel lever je de inspanning waarmee de hele fiets vooruitkomt. En achterop zitten betekent meebewegen. Het beeld maakt in één keer helder welke positie iemand heeft én welke positie iemand wil innemen. Mensen herkennen zich er gemakkelijk in. Het is mooi als iemand beseft dat hij of zij op de bagagedrager zit, terwijl er eigenlijk van diegene verwacht wordt dat hij stuurt. Of andersom. Samenwerken in de onderwijsregio is samen leren fietsen. En dat vraagt soms dat iemand een stukje eigen zekerheid opgeeft.
Ruimte geven aan elkaar
Dat het complex is, beaamt Anke direct. Niet iedereen voelt direct binding met regionale plannen. Bovendien blijkt het lastig om in de praktijk schoolleiders of teams te bereiken. En onder de oppervlakte speelt steeds weer de vraag wat “samen” precies betekent: wie geeft richting, wie wacht af, wie durft te investeren zonder garantie op resultaat?
“Beelden zijn nooit neutraal, maar ze moeten wél kunnen verschuiven,” zegt Anke. “Ze bepalen hoe mensen naar situaties kijken. Door die beelden te delen en iemand te confronteren met de grenzen daarvan, ontstaat ruimte voor beweging.” De kracht zit in het openhouden van die ruimte. Ruimte waarin verschillende perspectieven naast elkaar mogen bestaan. Van waaruit een nieuwe vorm kan ontstaan. Nieuwe mogelijkheden.
“Als kwartiermaker heb ik steeds opnieuw mijn plek te kiezen,” zegt Anke. Dat kan betekenen dat ze midden in het proces gaat staan om de lijn duidelijk te maken, of juist bewust opzij stapt. Stilte gebruikt om anderen het woord te geven, of spiegelt wat ze ziet gebeuren. Elk gesprek heeft een eigen afstemming nodig. “Ik dacht dat ik vooral op de achtergrond zou staan, maar ontdekte dat mijn zichtbaarheid soms juist nodig is om verbindingen te openen.” Het maakt haar opdracht geen rol die ze invult, maar een positie die ze voortdurend toetst aan wat het collectieve belang nodig heeft.
Gezamenlijke zoektocht
Een aanpak die effect heeft en dat zie je terug in hoe de onderwijsregio zich ontwikkelt. Besturen vinden elkaar sneller. Initiatieven komen makkelijker van de grond. Spanningen worden uitgesproken in plaats van vermeden. Steeds meer mensen ervaren dat samenwerken geen beperking is, maar een kracht. Voor Anke is die beweging niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk. Ze weet nog hoe het voelde om als schoolleider verantwoordelijkheid te dragen zonder altijd invloed te hebben op wat er nodig was. Die ervaring van frustratie, van je verantwoordelijk voelen voor iets dat je niet verder krijgt, maakt dat ze nu des te sterker voelt hoe belangrijk het is dat de regio een plek wordt waar je samen kunt doen wat iemand niet alleen kan.
Als mensen elkaar weten te vinden, ontstaat er ruimte om breder te kijken dan het eigen perspectief. Dan wordt voelbaar dat de onderwijsregio een omgeving is die zich gaandeweg vormt. Zoals ze het vertelt, zie je het levendig voor je: ‘Als een landschap dat zichtbaar wordt terwijl je erin beweegt.’
Daarvoor hoef je het dus niet allemaal van tevoren te weten. Je hoeft het niet op voorhand tot in detail uit te werken. Je hoeft eerst alleen de ruimte te maken waarin je samen ontdekt wat er mogelijk is. Vanuit die zoektocht kunnen zaken tot concrete acties leiden.
Dat is wat het succes van voldoende vitale onderwijsprofessionals in de onderwijsregio bepaalt. Het durven onderzoeken van het niet-weten.
Interview met Martijn van Elteren: Wat als het lukt?
Het interview met Anke Smits is onderdeel van een tweeluik.
Lees hier het interview met voorzitter Martijn van Elteren.